Conniption
0113 40 50 00
string(4) "2330"

Twee vragen bepalen waar je staat

Voordat je profielen gaat lezen, beantwoord je twee vragen. Het antwoord plaatst je op de ladder.

  1. Wie heeft het eerste klantcontact? Neemt iedereen door elkaar de telefoon op, of is er een vast clubje (of een hele afdeling) dat structureel klantcontact doet?
  2. Loopt dat contact soepel? Worden gesprekken zonder haperen opgepakt, of mis je oproepen, heb je geen zicht op wie er wacht en kun je niet terugzien wat er is besproken?

Vraag 1 bepaalt welk profiel je bent. Vraag 2 bepaalt of je huidige niveau nog meewerkt of al schuurt. Let op: “haperen” gaat hier om organisatorisch schuren (gemiste oproepen, geen overzicht), niet om technische geluidsproblemen. Speelt dat laatste, dan is Haperend geluid, echo of wegvallende gesprekken bij VoIP: zo vind je de oorzaak 

Profiel Hoe klantcontact eruitziet Welk niveau past
1. Klein kantoor, geen aparte klantcontactfunctie Iedereen neemt zelf op; contact is bijzaak naast het eigen werk Basistelefonie + CRM-koppeling
2. Groeiend team, klantcontact wordt drukker maar blijft informeel Steeds meer gesprekken, maar nog geen vaste functie Nog basistelefonie; let op de signalen
3. Klein, toegewijd klantenserviceteam Een paar mensen doen structureel klantcontact Contactcenter: wachtrijen, overflow, rapportage
4. Volwaardig klantcontactcentrum Agents in ploegen; klantcontact is een afdeling Volledig contactcenter: routing, meeluisteren, API-koppeling

Profiel 1: klein kantoor, geen aparte klantcontactfunctie

Herkennen? Je werkt met een handjevol mensen: denk aan een kantoor van rond de vijf. De telefoon gaat af en toe, en degene die het dichtstbij zit, neemt op. Is die bezet, dan springt een collega bij of belt de klant later terug. Klantcontact is iets wat je doet tussen het echte werk door, geen functie van iemand.

Wat je nodig hebt. Een betrouwbare basis die gewoon werkt: doorschakelen, voicemail, en een centrale die niet hapert. En één ding dat vaker het verschil maakt dan de rest: een CRM-koppeling. Belt een klant, dan zie je direct wie er belt en wat er openstaat, in plaats van te vragen waar het gesprek ook alweer over ging. Dat is niet iets voor alleen grote organisaties. Een klein kantoor merkt het net zo goed, en voor de klant voelt het direct professioneler.

Waarom geen contactcenter? Omdat die functionaliteit vragen oplost die je hier niet hebt. Wachtrijen met capaciteitslimieten, agentstatussen, terugbelverzoeken: dat bestaat om een stroom gesprekken te organiseren waar meerdere mensen tegelijk mee bezig zijn. Bij een klein kantoor is er geen stroom; er is een telefoon die af en toe gaat. Een contactcenter zou een belplan neerzetten dat niemand nodig heeft. Op dit niveau volstaat vaste telefonie.

Wanneer dit profiel niet meer klopt. Je begint te schuiven richting profiel 2 als gesprekken worden gemist omdat iedereen tegelijk bezig is, of als dezelfde klant door drie verschillende mensen wordt geholpen die niet van elkaar weten wat er is afgesproken.

Profiel 2: groeiend team, klantcontact wordt drukker maar blijft informeel

Herkennen? Je zit rond de tien tot twintig medewerkers. De telefoon gaat vaker, maar er is nog steeds geen vaste klantenservice. Iedereen doet een deel, en dat werkt op zichzelf. Op dit niveau zit je nog prima op basistelefonie.

Wat je nodig hebt. Nog steeds de basis: een centrale die goed doorverbindt, een voicemail die klopt, en de CRM-koppeling die je waarschijnlijk al hebt. Wat hier belangrijker wordt, is het overzicht. Niet per dag handmatig bijhouden wie welke klant sprak. Het systeem moet dat onthouden.

Werkt je team hybride of is het vaak onderweg? Dan is het de moeite waard om te kijken hoe medewerkers op hun eigen toestel bereikbaar blijven, in plaats van vast te zitten aan het toestel op hun bureau (softphone en hardphone).

Wanneer dit profiel niet meer klopt. Let op deze signalen: je weet niet meer wie de vorige keer met een klant sprak; oproepen worden doorgeschoven tot ze ergens blijven hangen; en je hebt gemiste gesprekken, maar geen idee of daar iets belangrijks bij zat. Dat is het moment waarop klantcontact een eigen vorm begint te krijgen.

Profiel 3: klein, toegewijd klantenserviceteam

Herkennen? Je zit tussen de twintig en dertig medewerkers, en een paar mensen doen structureel klantcontact als onderdeel van hun werk. De telefoon is geen bijzaak meer die iedereen oppakt; er is een groepje dat het opvangt. Hier ligt de echte overgang, en die heeft niets met een getal te maken, maar met een functie.

Wat je nodig hebt. Contactcenter-functionaliteit. De belangrijkste bouwstenen:

  • Wachtrijen: bellers komen in een logische rij met wachtmuziek, in plaats van een telefoon die blijft rinkelen tot iemand opneemt.
  • Overflow: kan niemand in de groep opnemen, dan gaat het gesprek automatisch door naar een collega of naar een terugbelverzoek. Niemand valt meer buiten de boot.
  • Belgroepen: je richt de klantenservice in als één groep met eigen regels, in plaats van losse toestellen.
  • Rapportage: je ziet hoe lang bellers wachten, wanneer je oproepen mist en hoe snel je team opneemt.

Tot dit punt ging het om één vraag: werkt de telefonie? Vanaf hier komt de tweede vraag erbij: loopt het klantcontact zoals je wilt? Klantcontact is een functie geworden, en die wil je kunnen aansturen.

Wanneer dit profiel niet meer klopt. Het klantcontact groeit uit het groepje: er komen mensen bij, je gaat in shifts werken, of je wilt per vestiging of per agent kunnen sturen. Ook de behoefte om gesprekken standaard mee te luisteren voor coaching hoort hier. Dat is precies waar profiel 4 begint.

Profiel 4: volwaardig klantcontactcentrum

Herkennen? Je zit aan de bovenkant van het MKB-spectrum: denk aan veertig of meer medewerkers, en klantcontact is een afdeling met mensen in ploegen. De telefoon is geen bijzaak; het is de voordeur van je bedrijf.

Wat je nodig hebt. Het volledige contactcenter. Op de wachtrijen en belgroepen uit profiel 3 komen dingen bij die alleen zin hebben als er een team achter zit:

  • Capaciteitslimieten en overflow: je bepaalt zelf hoeveel bellers er in de wachtrij mogen staan en waar het gesprek heen gaat als het te druk wordt; een terugbelverzoek vangt de rest op.
  • Nawerktijd: de tijd die een agent na een gesprek nodig heeft om het af te ronden, voordat de volgende oproep binnenkomt.
  • Meeluisterfunctie: gesprekken meebeluisteren voor coaching en kwaliteitscontrole.
  • Contactgeschiedenis: per klant staat vast wie eerder sprak, zodat een agent niet opnieuw hoeft te vragen waar het gesprek over ging.
  • API-koppeling met je CRM: gespreksnotities komen automatisch in de juiste velden terecht, bijvoorbeeld in Salesforce of HubSpot, zonder dat iemand ze overtypt.

Gaat klantcontact verder dan bellen (chat, WhatsApp, e-mail), dan wordt omnichannel relevant: één omgeving waar al die kanalen samenkomen, zodat een gesprek naadloos doorloopt. Voor het overzicht op afdelingsniveau zijn er dashboards die live laten zien hoe wachtrijen en agents presteren, zodat je kunt bijsturen voordat het fout gaat.

Wanneer dit profiel niet meer klopt. Eigenlijk niet: dit is het bovenste profiel in dit artikel. Wat hier nog verandert, is schaal: meerdere vestigingen die je als één klantcontactcentrum wilt laten draaien, of rapportage die je per team en per vestiging wilt uitsplitsen. De basis (wachtrijen, overflow, meeluisteren, API-koppeling) blijft hetzelfde.

Wat bepaalt de overstap? Signalen, geen harde grens

Het is verleidelijk om te vragen: vanaf hoeveel medewerkers heb ik een contactcenter nodig? Het eerlijke antwoord: er is geen vaste grens, en de vuistregels die in de markt circuleren (een aantal medewerkers, een aantal contactmomenten per dag) lopen onderling flink uiteen. Behandel zo’n getal hoogstens als indicatie, niet als beslissing.

De beslissing neem je met functionele signalen. Je hebt een ander niveau nodig zodra je niet meer kunt overzien hoe klantcontact loopt: oproepen die blijven hangen, geen zicht op wie er wacht, geen terugblik op gesprekken, en meerdere mensen die tegelijk hetzelfde klantdossier nodig hebben. Dat zijn de momenten waarop basistelefonie gaat wringen, ongeacht het aantal medewerkers.

Zo check je zelf waar je staat

Loop deze vijf vragen langs. Hoe meer je ‘ja’ antwoordt, hoe verder je opschuift richting de contactcenter-kant:

  1. Heeft iemand bij jullie een aparte rol voor klantcontact, of neemt iedereen door elkaar op?
  2. Mis je gesprekken of loop je wachtenden mis, zonder dat je weet hoe vaak en wanneer?
  3. Wil je kunnen terugzien hoe gesprekken en wachttijden lopen, en kun je dat nu niet?
  4. Werkt het hele team met hetzelfde CRM, en wil je klantgegevens direct tijdens een gesprek zien?
  5. Draaien jullie vanuit meerdere vestigingen of met ploegen die hetzelfde klantcontact delen?

Antwoord je op twee of meer vragen ‘ja’, dan is het zinvol om naar het volgende niveau te kijken. Twijfel je? Dan is het antwoord niet langer doorzoeken, maar de volgende stap.

Volgende stap: bepaal samen het niveau

Vertel ons welk profiel je herkent, dan bepalen we samen welk niveau daarbij past. In een vrijblijvend adviesgesprek nemen we je huidige situatie door (wie neemt op, waar schuurt het, welke systemen gebruik je) en kom je erachter of je toe bent aan contactcenter-functionaliteit of dat de basis nog prima voldoet.

Op de veelgestelde-vragen-pagina staat ook een antwoord op de vraag wat de beste telefonie-oplossingen voor kleine bedrijven zijn.

Moet je nog kiezen tussen cloud, traditioneel of hybride, of tussen providers? Dat is een aparte afweging naast het niveau (basis of contactcenter) dat dit artikel behandelt.

Zakelijke telefooncentrale kiezen voor je MKB: zo maak je de juiste keuze